Nieuws

De dynamiek van de slager die niet zijn eigen vlees keurt

Binnen het reguliere onderwijs is het normaal dat de onderwijsinstelling zijn eigen leerlingen/studenten beoordeelt. Hier keurt de slager dus zijn eigen vlees. Om te voorkomen dat dit tot misstanden leidt zijn worden formele en informele waarborgen gebruikt zoals de Inspectie van het onderwijs, de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie), examencommissies, organisaties zoals de VSNU, Vereniging Hogescholen, MBO Raad, VO-raad, PO-Raad, vier-ogen-principe en dergelijke. Er bestaat veelal vertrouwen dat dit systeem door de verschillende borgingsinstrumenten qua validiteit, betrouwbaarheid en niveau door het werkveld geaccepteerde diploma’s oplevert.

 

In de private sector is het een goed gebruik dat opleiden en examineren juist gescheiden zijn. Een bekend voorbeeld betreft de rijexamens van het CBR voor auto, motor en brommer/scooter. Examenorganisaties ontwikkelen en delen hun leerdoelen waarmee ze hun examens ontwikkelen met opleiders en vaak ook met kandidaten die zich via zelfstudie examenstof eigen maken. Deze leerdoelen zijn vaak openbaar en vindbaar op het internet.

 

Doordat private opleiders en examenorganisatie uitgaan van dezelfde leerdoelen mag worden aangenomen dat waarvoor de opleider opleidt, via het examen ook wordt getoetst qua inhoud en niveau. Maar hierin schuilt ook gevaren. Sluiten opleiding en examen altijd wel op elkaar aan? Private opleiders hebben een belang om zoveel mogelijk examenkandidaten op te leiden tegen zo gering mogelijke kosten. Slagen voor het examen is aan de kandidaat, niet aan de opleider. Het is lastig aan te tonen dat zakken voor het examen aan het examen ligt, aan de opleider of aan de kandidaat zelf. Hierin staat de kandidaat het zwakste.

 

Private opleiders die zich serieus nemen laten zich door een externe organisatie beoordelen en gebruiken erkenningen zoals CEDEO, NRTO, ISO 9001 en verschillende branchegerichte erkenningen. Examenorganisaties stellen zich vrijwillig onder kwalitatief toezicht van bijvoorbeeld Stichting Examenkamer. Maar niet elke opleider of examenorganisatie wil of kan aan de eisen van de genoemde externen voldoen. En wat zeggen de genoemde opleiderserkenningen nu echt?

 

Vooral bij examens met een grote doelgroep én tegelijk vaak ook een grote waarde die aan het behalen van het examen is verbonden, bestaat het risico er cowboys onder opleiders zitten en gefraudeerd wordt. Bijvoorbeeld het CBR heeft hier regelmatig mee te maken, evenals het VCA-examen (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers). Zonder rijbewijs mag je niet als bestuurder van een voertuig deelnemen aan het verkeer en zonder een VCA-certificaat mag een medewerker van een aannemer of installatiebedrijf geen werkzaamheden verrichten op een bedrijfssite met bepaalde risico’s. Cowboys hebben belang bij het laten slagen van kandidaten als dat niet goedschiks kan dan kan het soms zelfs ook kwaadschiks. In verschillende artikelen in Examens en in voorgaande E-Nieuwsbrieven is hier concreet aandacht aan besteed.

 

Praktijken van dergelijke cowboys treffen ook kwalitatieve opleiders. Eerlijke prijzen voor opleidingen komen onder druk te staan en kunnen leiden tot erosie van opleidingskwaliteit. Tenslotte willen ook goede opleiders blijven bestaan. Het is voor een branche heel lastig dit op te lossen zolang er geen eisen kunnen worden gesteld aan examenkandidaten. En die eisen kunnen ook niet bestaan. Het examen zelf is namelijk de maat waarlangs bekwaamheden worden vastgesteld. Soms wordt gemerkt met een keurmerk zoals hiervoor al genoemd, maar daar blijft het vaak bij. Borgen van kwaliteit is haast niet mogelijk, behalve slagingspercentages. Daarmee onderscheidt het koren zich van het kaf. Maar lang niet altijd zijn die bekend of worden niet gedeeld.

 

Ruud Rutten, de drijvende kracht achter een kritisch rapport over misstanden in de rijschoolbranche en mogelijkheden voor professionalisering ontwikkeld door Emile Roemer moet een basis vormen voor professionalisering van de rijschoolbranche (zie het artikel).

 

Dat de slager niet zijn eigen vlees keurt klinkt mooi en veelal gaat dit goed, maar kent ook haar beperkingen.