Nieuws

Examens, proctoring en privacy

Een theorie-examen met gesloten vragen voor 900 studenten Recht kan in coronatijd niet in een grote examenzaal worden afgenomen. Er wordt gezocht naar een andere oplossing. Om validiteitsredenen zet je een dergelijk examen niet zomaar om in een open-boek tentamen. Evenmin zet een instelling dit tentamen niet zomaar om in een tentamen met open vragen, of in een mondeling of een opdracht. Open vragen en een mondeling zouden passend kunnen zijn maar het beoordelen van open vragen of het resultaat van de opdracht of het uitvoeren van een mondeling is qua benodigde capaciteit niet realistisch. Daarnaast is het de vraag of de tentamenvorm dan nog wel aansluit bij de leeruitkomsten en het gegeven onderwijs. Er blijft voor scholen en universiteiten in een dergelijk geval weinig anders over gebruik te maken van online proctoring. Om onderwijskundige en toetstechnische redenen valt dat waarschijnlijk ook goed te onderbouwen.


Maar online proctoring roept bij studenten privacyvraagstukken op. Zeker als een tweede camera wordt vereist omdat de instelling de kwaliteit van de diploma’s wil waarborgen, en dat is ook wat ze moeten en waarop ze gecontroleerd worden.


Het privacy aspect bereikte ook onderwijsminister Van Engelshoven en ze snapt beide aspecten (kwaliteit versus privacy). Maar de minister wil zelfs een tweede camera niet verbieden als de instelling er alles aan heeft gedaan aan te tonen dat een examen met online proctoring de enige optie is en de privacyaspecten en geldende belangen goed zijn afgewogen conform de maatstaven van de AVG. De minister roept de hogescholen en universiteiten op om terughoudend te zijn met de inzet van een tweede camera en ze mogen pas op deze maatregel overgaan ‘als het strikt noodzakelijk wordt geacht’.


Wat kan een instelling doen om deze telkens terugkomende discussie over privacy te voorkomen? Is het een idee dat een instelling elke student voor aanvang van de studie, en tevens voorwaarde om toegelaten te worden tot de studie, vraagt om een verklaring te ondertekenen dat tentamens met online proctoring zijn toegestaan (ook met meerdere camera’s). Hierbij moet de instelling onderbouwd aantonen dat een andere tentamenvorm (zonder online proctoring) om onderwijskundige, toetstechnische of organisatorische redenen niet anders kan.

 

Daarnaast kun je online proctoring ook als keuzemogelijkheid aanbieden, zodat een student kan kiezen of hij tentamen doet op een locatie van de school of universiteit als hij bezwaar heeft tegen online proctoring of thuis of bijvoorbeeld in het buitenland als hij geen bezwaar heeft.

 

Maar instellingen kunnen er bijvoorbeeld ook voor kiezen om het onderwijs anders in te richten. Bepaalde tentamens, zoals die met gesloten vragen, kunnen nog steeds doorgang vinden maar krijgen in plats van een summatief een formatief karakter. Tegelijk wordt een geheel andere vorm van onderwijs en beoordelen ontwikkeld (denk aan programmatisch toetsen) om toch de kwaliteit van de diploma’s te borgen. Dat je dit niet ‘even’ doet is een tweede.

 

Klik hier voor een recent artikel in de vpngids van 3 maart 2021 waar het bovenstaande op is gebaseerd. 


We verwijzen ter informatie nog naar twee inhoudelijke artikelen die online proctoring op een informatieve wijze verder inhoud geven: