Nieuws

Gebruik de TIA’s!

In ‘Levende Talen Magazine’ (2015|2) stond een artikel met als titel ‘Gebruik de TIA’s’ van Hans Goosen. Een eindexamendocent van een vo-school kan via het programma Wolf inzage krijgen in de score van zijn examenkandidaten en die vergelijken met de landelijke scores. Veel meer biedt Wolf niet voor de docent, maar het biedt de docent al wel informatie of hij onder, op of boven het landelijke gemiddelde scoorde met zijn leerlingen. Voor Goosen was dit aanleiding om zelf scores per vraag uit Wolf om te zetten naar een MS Excelbestand om daarmee enkele eenvoudige berekeningen te maken zoals de moeilijkheid van de vragen om daarmee zijn onderwijs voor het komende examenjaar richting te geven. Daarnaast blijkt dat Cito toets- en itemanalyses (Tia’s) maakt van de centrale examens, maar dat volgens Goosen docenten daar weinig mee doen. Nu zijn de Tia-documenten van het Cito zeer uitgebreid (tot wel 48 pagina’s) en psychometrisch zeer gedetailleerd. Hij is bang dat dit docenten afschrikt en de Tia’s dus niet worden gebruikt. Dit geldt volgens hem ook omdat leraren Nederlands en moderne vreemde talen zich vaak afkeren van cijfers en formules. Hij vindt dit jammer omdat bijvoorbeeld Rit-waarden veel informatie geven over de examenvragen en het gebruik ervan bij examenvoorbereidingen (hergebruik bijvoorbeeld geen examenvragen met lage Rit-waarden).

Het artikel staat niet op zichzelf. Binnen een gezondheidszorgopleiding binnen een hogeschool worden veel tentamens op basis van stellingen gebruikt (juist/onjuist-vragen). De antwoorden van de studenten worden digitaal verwerkt en leiden tot een uitgebreide Tia met de meest gebruikte analysegegevens, alsmede een grafisch overzicht met de relaties tussen p’- en Rit-waarden met instelbare grenswaarden. In een oogopslag wordt duidelijk welke vragen aandacht behoeven. Tevens wordt in tekst aangegeven wat mogelijk aan de hand kan zijn met een vraag die onder de grenswaarden scoort (another alternative may be plausible, question may be too easy or difficult, possible wrong key). Docenten gebruiken deze gegevens echter niet, maar gebruiken de (slechte) items wel weer opnieuw in een nieuw leerjaar. Wordt hen echter uitgelegd wat de betekenis is van de Tia-data en leren ze deze te lezen, dan ontstaat er ineens een enorm enthousiasme om vervolgens de gegevens te gebruiken, vragen daarmee te beoordelen en aan te passen. Dat hiervoor slechts een training van een halve dag al voldoende is om een goede basis te leggen, geeft aan dat het probleem om de Tia-data maar niet te gebruiken vele malen groter lijkt dan het in werkelijkheid is.

Tia’s lijken helaas een sterk imagoprobleem te hebben, zelfs als de gegevens dus kant en klaar op papier worden geleverd. Nu overdonderen 48 pagina’s met onbekende en niets tot weinig zeggende afkortingen en cijfers leraren en docenten. Tia’s worden ook geassocieerd met statistiek. En dat was meestal niet een van de meest favoriete wiskundeonderdelen op de middelbare school van menig leraar of docent nu. Daarnaast speelt een rol dat enige toetsbekwaamheid en digitale (toets)geletterdheid nodig zijn om analysegegevens te kunnen gebruiken. Digitale geletterdheid omdat lang niet altijd analysegegevens schriftelijk worden aangereikt. Gebruik van een digitaal toets- of analysesysteem is vaak nodig om gegevens te kunnen raadplegen.