Nieuws

In de media

januari 2019

In deze rubriek beschrijven we twee belangwekkende rapporten die half december 2018 verschenen en een nieuwsbericht over fraude via Marktplaats. De rapporten betreffen:

  • ‘Toets wijzer. Naar een eigen(tijdse) wijze van toetsen en examineren’ (Onderwijsraad, 2018)
    De tekst hierna betreft een publicatie van 13 december 2018 van de Onderwijsraad.
     
  • ‘Een volwaardig schoolexamen’ (Commissie Kwaliteit Schoolexaminering (2018), ingesteld door de VO-raad)
    De tekst hierna is overgenomen van de website van de VO-raad.


De gastcolumn van Tamara van Schilt-Mol in het komende nummer van Examens, heeft als titel ‘Werken aan toetsbekwaamheid, is werken aan kwalitatief (nog) beter onderwijs’. De column was geschreven vlak voor het verschijnen van de rapporten en in vervolg op het verschijnen iets aangepast. De column sluit fraai aan bij bovengenoemde rapporten.

 

Daarnaast besteed deze rubriek aandacht aan diplomafraude: ‘Diplomafraude met VCA-diploma’s via Marktplaats, bestraft’

 


Toets- en examenpraktijk in het onderwijs uit balans

Toets wijzer. Naar een eigen(tijdse) wijze van toetsen en examineren. Advies van de Onderwijsraad (2018)

 

Toets wijzer
Toetsen en examens dragen onvoldoende bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Dat komt doordat de toetspraktijk in verschillende opzichten uit balans is. De Onderwijsraad adviseert de overheid en de onderwijsinstellingen in dit advies om toe te werken naar een evenwichtiger toets- en examenpraktijk.

De huidige toetspraktijk is in verschillende opzichten uit balans. Dit geldt voor alle onderwijssectoren. Beslissende toetsing (toetsing die een rol speelt bij beslissingen zoals zitten blijven en overgaan) neemt veel tijd in beslag. Daardoor is er weinig ruimte voor formatieve toetsing (toetsing om het leerproces van leerlingen en studenten te ondersteunen). Daarnaast wordt veel gebruikgemaakt van kwantitatieve toetsing (toetsing met gesloten vragen) en minder van kwalitatieve toetsen (zoals een mondeling tentamen, een presentatie of een werkstuk). Ten slotte worden toetsen en examens vaak niet door leraren en docenten zelf gemaakt, maar extern vormgegeven. Hierdoor voelen leraren en docenten zich minder eigenaar van hun onderwijspraktijk. De toetspraktijk hoeft niet radicaal anders ingericht te worden, maar er zijn volgens de raad wel maatregelen nodig om het evenwicht aan te brengen.

 

Heldere kaders vanuit de overheid
De rijksoverheid dient vanuit haar stelselverantwoordelijkheid duidelijke kaders te bieden aan onderwijsinstellingen. Deze kaders vormen het tegenwicht voor de eigen toetsing van de onderwijsinstellingen en bepalen daarmee hun ruimte. De raad beschouwt om te beginnen een consistent toets- en examenbeleid als duidelijk kader: de overheid dient rolvast en standvastig te zijn in haar maatregelen. Daarnaast vindt de raad standaardisering van de eindtoetsing voor alle sectoren van belang. Een derde kader voor de onderwijsinstellingen wordt gevormd door het toezicht, dat duidelijk maakt aan welke doelen moet worden gewerkt. Als laatste kader adviseert de raad de rijksoverheid om toets- en/of examencommissies ook voor primair en voortgezet onderwijs te verplichten.



Duidelijke toetskeuzes door onderwijsinstellingen
Binnen de kaders van de overheid kunnen onderwijsinstellingen de ruimte voor toetsing en examinering beter benutten. Ten eerste is het hiervoor van belang dat zij toetsing in lijn brengen met onderwijsdoelen, onderwijsinhoud en onderwijsmiddelen. Deze afstemming van toetsing met het curriculum gaat versmalling van het onderwijscurriculum tegen. Verder adviseert de raad alle sectoren om vaker gebruik te maken van formatieve toetsing en van kwalitatieve toetsmethoden. Ook adviseert de raad om de positie van de examencommissies in het hoger onderwijs nog verder te verbeteren. Voor het middelbaar beroepsonderwijs vindt de raad het belangrijk dat docenten meer betrokken worden bij het vormgeven van examens.

 

Meer toetsdeskundigheid nodig
Om hun eigen ruimte voor toetsing en examinering beter te benutten, hebben leraren en docenten meer toetsdeskundigheid nodig. Daarom is meer aandacht voor toetsing wenselijk in de beroepsstandaarden van leraren en docenten. Verder moet toetsing ook een groter aandeel krijgen in de verschillende lerarenopleidingen en nascholingstrajecten. Leerlingen, ouders en andere betrokkenen dienen beter te worden geïnformeerd over nut en noodzaak van toetsing en examinering.

Het gehele advies is te downloaden.

 

 

Kwaliteit schoolexaminering onvoldoende gegarandeerd!

Een volwaardig schoolexamen

Rapport van de ‘Commissie Kwaliteit Schoolexaminering’ (2018), ingesteld door de VO-raad

 

In het huidige systeem is de deugdelijkheid van de schoolexaminering in het voortgezet onderwijs onvoldoende gegarandeerd. Dat concludeert de onafhankelijke Commissie Kwaliteit Schoolexaminering in haar rapport 'Een volwaardig schoolexamen'. Op verzoek van de VO-raad onderzocht de commissie hoe het gesteld is met de kwaliteit van de schoolexaminering. De aanleiding vormden de problemen rondom de schoolexamens bij twee vmbo-scholen in Maastricht eerder dit jaar. De commissie heeft geen signalen gekregen van grootschalige onregelmatigheden op andere scholen, maar stelt dat áls er onregelmatigheden zijn, het huidige systeem van kwaliteitsborging ze onvoldoende aan het licht brengt en corrigeert. Het rapport is vandaag [red, 17 dec.2018], overhandigd aan Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad.

 

De commissie heeft diverse kwetsbaarheden geconstateerd in de kwaliteitsborging van de schoolexamens. Mede door de sterke overheidssturing op de resultaten van het centraal examen, is het schoolexamen een ondergeschoven kindje geworden. De kwaliteitsborging is te veel een administratief proces waarbij de aandacht vooral uitgaat naar het tijdig versturen van documenten naar de Onderwijsinspectie en de verkleining van het verschil in cijfers behaald op het schoolexamen en centraal eindexamen. Ook beschikken docenten en examensecretarissen niet vanzelfsprekend over de benodigde toetsdeskundigheid. De commissie stelt vast dat als er dingen misgaan, directeuren, schoolbesturen én inspectie te weinig corrigeren. De commissie doet vier aanbevelingen voor een betere kwaliteitsborging.

 

Aanbeveling 1: Waardeer en verbeter de verbinding tussen schoolexamen en onderwijsvisie
Scholen kunnen het schoolexamen meer in lijn met de eigen onderwijsvisie inrichten. Om dit te stimuleren, moet de VO-raad ze beter informeren over wat in dat examen moet, mag en kan. De inspectie wordt geadviseerd meer aandacht te hebben voor de bijzondere rol van het schoolexamen als onderdeel van het eindexamen, evenals voor de invulling daarvan.

 

Aanbeveling 2: Bewaak het afsluitende karakter van het schoolexamen
Het schoolexamen moet een afsluitende toetsing zijn – bij voorkeur in het laatste jaar – en geen verzameling tussentoetsen. De commissie beveelt bovendien leraren, vaksecties en schoolleiders aan terughoudender te zijn met het aantal toetsen in het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Dit PTA – waarin is vastgelegd wat er in het schoolexamen wordt getoetst, hoe en wanneer – moet helderder worden voor leerlingen en ouders.

 

Aanbeveling 3: Neem de examencommissies op in het Eindexamenbesluit VO
Ook in het voortgezet onderwijs moeten er examencommissies komen. Om ze een sterke positie te geven, moet hun functioneren een voorwaarde zijn voor het handhaven van de examenlicentie van de school. De commissie adviseert om een omschrijving van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de examencommissie wettelijk vast te leggen, in het Examenbesluit VO.

 

Aanbeveling 4: Zorg voor meer deskundigheid bij leraren en schoolleiding
Leraren en schoolleiding moeten hun deskundigheid op het gebied van toetsen vergroten. Elke vaksectie zou een examenexpert moeten hebben. Schoolleiders en bestuurders kunnen beter toezien op de samenhang tussen vakken in de examenprogramma’s. Ook kunnen scholen bestaande instrumenten voor kwaliteitsbewaking, bijvoorbeeld van de VO-raad, beter benutten.

 

Het gehele rapport is te downloaden 

 

Diplomafraude met VCA-diploma’s via Marktplaats bestraft

Stichting Examenkamer, Annie Kempers (2018)

 

In het voorjaar van 2018 zijn op Marktplaats VCA-diploma’s te koop aangeboden. Tegen betaling kon een geregistreerd VCA-diploma worden verkregen, zonder dat hiervoor een examen hoefde te worden afgelegd.

 

Nader onderzoek wees uit dat de frauderende aanbieder inderdaad tegen betaling een VCA-diploma vervaardigde, dat zowel digitaal als ook per post beschikbaar werd gesteld. Hierbij werd de naam, het logo en de handtekening van de directeur van een van de erkende VCA-exameninstellingen misbruikt. Dit alles overigens niet helemaal correct, maar de indruk werd wel gewekt dat het allemaal paste binnen de gangbare uitvoeringsvorm van de VCA-diploma’s.

 

Ook werden er toezeggingen gedaan ten aanzien van de registratie van de ‘gediplomeerde’ in het Centraal Diplomaregister VCA (CDR). Uiteindelijk is gebleken dat dit niet kon worden waargemaakt.

 

Van alle feiten is voor de zomer aangifte gedaan bij de politie. In de week van 10 december 2018 is de Officier van Justitie namens het Openbaar Ministerie tot een strafbepaling gekomen: de persoon in kwestie is veroordeeld en heeft een taakstraf van 80 uur opgelegd gekregen, naast een beperkte geldboete als tegemoetkoming voor de in dit traject ingezette mankracht.

 

Het signaal dat hiervan uitgaat is dat fraude met VCA-diploma’s hoog wordt opgenomen, ook door het Openbaar Ministerie en dat het dus feitelijk gezien wordt als een ‘strafbaar feit’.

 

SSVV (juridisch eigenaar van het VCA-systeem), de Stichting Examenkamer en VCA Infra (de verantwoordelijke voor beheer, inhoud en afname van alle VCA examens) vinden dit een goede zaak.

 

Bewust, onbewust onbekwame mensen in een hoog risicovolle omgeving laten werken is iets dat we met gezamenlijke inzet blijven bestrijden. Het is belangrijk dat iedereen vertrouwen moet kunnen blijven houden in de intrinsieke waarde van de diploma’s. Dit betreft niet alleen de VCA-diploma’s maar alle diploma’s, getuigschriften en certificaten.