Nieuws

In gesprek over de nieuwe masteropleiding Toetsdeskundige

Welk gedachtegoed gaat er achter deze opleiding schuil?

Voor deze aflevering van de Nieuwsbrief heeft Alex van de Kerkhof, redactielid van EXAMENS, zich bij laten praten over de voor Nederland unieke masteropleiding Toetsdeskundige bij hogeschool Fontys in Tilburg. Hij liet zich informeren door een drietal betrokkenen: door Desirée Joosten-ten Brinke, de Academic Director en daarnaast bij Fontys lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen, door Theo Eggen, werkzaam bij Cito en het RCEC, hoogleraar in Twente en nu als docent in de toegepaste testtheorie aan de nieuwe opleiding verbonden, en door Cor Sluijter, oud-voorzitter van de NVE, bij Cito jarenlang verantwoordelijk voor het mbo en hbo, momenteel hoofd van de psychometrische afdeling van Cito en als werkveldvertegenwoordiger nauw betrokken bij de accreditatie van deze nieuwe opleiding.
 

Desirée Joosten-ten Brinke vertelt dat er nog geen landelijke opleiding Toetsdeskundige op masterniveau was die het hele gebied van primair onderwijs tot en met universiteit, van zowel publiek en privaat onderwijs bestrijkt. Deze nieuwe opleiding richt zich niet alleen op de inhoud van toetsen, maar focust ook op advisering, onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Aan de universiteit van Twente heeft men iets vergelijkbaars geprobeerd, maar daar - het zou aan de locatie kunnen liggen -  is het ondanks de degelijkheid van de opleiding en de goede resultaten uiteindelijk helaas stuk gelopen op een gebrek aan belangstellende studenten. Maar de tijdsgeest is veranderd. Juist nu was de tijd rijp voor een nieuw initiatief. Theo Eggen vult aan dat op tal van terreinen het kwaliteitsbewustzijn en de behoefte aan kwaliteitsborging is toegenomen. Deze nieuwe opleiding biedt docenten en beleidsmedewerkers met belangstelling voor toetsen en kwaliteitszorg een mooie gelegenheid zich verder te specialiseren en te professionaliseren. Voor Cor Sluijter is het een simpele waarheid: in Nederland is een steeds verder toenemende behoefte aan mensen met verstand van toetsing. Het mooist zou zijn als er bij elke onderwijsorganisatie ten minste twee gediplomeerde toetsdeskundigen werkzaam zijn, die de collega-docenten kunnen ondersteunen en verder kunnen helpen. Kwaliteitsborging van examens behoeft volgens hem alle aandacht. En vergeet ook niet dat veel nieuwe zelfstandigen straks profijt kunnen hebben van een behaald diploma toetsdeskundigheid.
 

Studenten die zich willen inschrijven voor deze master dienen liefst te beschikken over een werkveld waarin ze het geleerde direct kunnen toepassen. De masterstudenten die inmiddels aan deze studie begonnen zijn, zijn veelal al werkzaam als docent, examenbureaumedewerker, beleidsmedewerker of medewerker kwaliteitszorg. Hun gemiddelde leeftijd ligt dan ook hoger dan bij de doorsnee academische opleiding. Jongere, belangstellende studenten die bijvoorbeeld nog maar net een tweedegraads lesbevoegdheid hebben, wordt geadviseerd om eerst de eerstegraads lesbevoegdheid te behalen alvorens zich verder op toetsvlak te bekwamen.
 

Theo Eggen vermeldt nog een paar andere toelatingscriteria die aan bod komen in een intakeprocedure, die volgens hem voldoende geobjectiveerd is. Aankomende studenten dienen niet terug te schrikken voor wiskundige benaderingen en moeten het havoniveau wiskunde  beheersen. Daarnaast moeten ze het Engels goed beheersen in verband met de uitgebreide vakliteratuur in die taal. Dat er voldoende motivatie moet zijn, spreekt voor zich, maar daarnaast moet ook de beschikbaarheid in tijd en de bijbehorende werklust goed zijn (de niet-geringe studielast wordt geschat op 20 uur in de week). Desirée Joosten-ten Brinke benadrukt verder dat ook toetsvisie en ervaring met toetsbeleid elementen zijn die bij de intake beslissend kunnen zijn.
 

Duidelijk wordt dat deze masterstudie niet alleen met kennisverbreding en training in onderzoek, toetsbeleid en innovatie de volle breedte zoekt, maar ook de diepte, met praktijkgerichte (onderzoeks)opdrachten. Die worden intensief en kritisch doorgesproken tijdens flinke sessies die om de drie weken plaatsvinden. Men reist er uit alle delen van het land voor naar Tilburg. Deze geïntegreerde aanpak is niet te vergelijken met de losse modules die elders in het land worden aangeboden om de kundigheid van medewerkers te vergroten. Deze nieuwe opleiding zou zelfs heel goed ondersteunend kunnen werken bij de verdere professionalisering van de medewerkers van landelijke onderwijsorganisaties, en van de grotere en kleinere toetsinstellingen waarvan we er veel hebben in Nederland.
 

Het enthousiasme onder de eerste lichting van ongeveer 25 deelnemers, die nu in het tweede studiejaar zitten, is groot. Al werd er bij een onlangs gehouden evaluatie ook flink gezucht over de studielast. De studenten zijn tevreden over de docenten die veelal hun ervaring opdeden bij Cito, of die aan gedegen kennisuitwisseling doen met dit Arnhemse instituut.
 

Het zou mooi zijn, sluit Theo Eggen af, als op het congres van de Association for Educational Assessment Europe, dat in 2018 in Arnhem plaatsvindt, wat deelnemers van deze masteropleiding een presentatie geven. Iedereen kan dan zien dat het bereikte niveau bepaald niet gering is.
 

Meer informatie over de masteropleiding