Nieuws

Online proctoring steeds meer onder vuur, maar wat is een goed alternatief?

Als inleiding op dit artikel is gebruik gemaakt van enkele tekstpassages uit het artikel dat op 20 december 2020 in Trouw verscheen onder de kop ‘Anti-spieksoftware bestempelt honderden studenten onterecht tot fraudeur’. Dit artikel is ook opgenomen in deze nieuwbrief. De uitspraken betreffen:

 

  • Motie van SP-kamerlid Frank Futselaar (SP) over het afschalen van online proctoring is aangenomen door de Tweede kamer.
  • Volgens Bart Karstens van het Rathenau Instituut is online proctoring te fraudegevoelig, zijn er teveel vals-positieve meldingen en is er vaak discussie over de privacy van de student.
  • De Rijksuniversiteit Groningen heeft juist vanwege de gevoeligheid besloten geen gebruik te maken van online proctoring. “Naast de stress voor studenten en discussies over privacy, is het vanuit de kwaliteit van het onderwijs beter om te toetsen op inzicht dan op feitenkennis”, aldus een woordvoerder.

 

Andere toetsvormen; makkelijker gezegd dan gedaan
Veel toetsen worden in het onderwijs afgenomen op basis van gesloten vragen. Hiervoor kan eenvoudig een digitaal toetssysteem worden gebruikt. Veel universiteiten en hogescholen maken hiervan gebruik. Examens worden afgenomen in grote examenzalen met soms vele honderden laptops. De examens worden onder toezicht van een surveillant gemaakt. Door vragen en antwoordopties gehusseld aan te bieden, ervoor te zorgen dat studenten niet via de laptop het internet op kunnen en horloges en telefoons zijn ingenomen, wordt de kans op examenfraude zoveel als mogelijk verkleind. Door de corona waren grootschalige centrale examens achter de laptop op examenlocaties met toezicht, van de ene op de andere dag niet meer mogelijk. De oplossing waar veel voor is gekozen was online proctoring. Dat deze oplossing onder druk is komen te staan, was te verwachten (zie het artikel ‘Anti-spieksoftware bestempelt honderden studenten onterecht tot fraudeur’).


Maar al te makkelijk wordt vervolgens gezegd dat dan voor andere toetsvormen moet worden gekozen. Als wordt gezocht naar wat die toetsvormen dan zijn, worden een open boek tentamen en een essay schrijven, in verschillende (kranten)artikelen vaak genoemd. Ook wordt vaak aangehaald dat het beter is om op inzicht te toetsen dan op feiten (zie ook hiervoor de opmerking van de woordvoerder van de Rijksuniversiteit Groningen). Maar zo makkelijk ligt het vaak niet.

 

Toetsen met gesloten vragen kunnen meer dan alleen feitjes meten
Een belangrijke misvatting is dat tentamens met gesloten vragen alleen maar feiten zouden toetsen. Met gesloten vragen kunnen ook inzichten en toepassingen beoordeeld worden. Sterker nog, met gesloten vragen kunnen in een korte tijd meer vragen worden gesteld en dus meer onderwerpen worden bevraagd dan met bijvoorbeeld open vragen. Zo kan een toets met goede gesloten vragen op verschillende beheersingsniveaus (kennis, inzicht en toepassing) juist een meer valide beoordeling en een meer betrouwbaardere score opleveren dan het stellen van open vragen, het laten schrijven van een essay of het laten geven van een presentatie over dezelfde hoeveelheid leerstof.

 

Belang van het beoordelen van een kennisbasis
Ten aanzien van het toch vaak en onterecht negatief spreken over feitenkennis, is het vaak zo dat studenten nu eenmaal een gedegen kennisbasis nodig hebben om tot inzicht te kunnen komen. Het toetsen van de feitenkennis is enerzijds een middel om studenten aan het leren te zetten en anderzijds een middel om vast te stellen of de kennisbasis op een voldoende niveau is behaald. Het adagium dat alles is te Google-en klopt op zich wel, maar er is een context nodig om aan wat wordt gevonden betekenis te geven, deze te begrijpen en toe te kunnen passen. Daarvoor dient een brede en diepe kennisbasis. Wat niet betekent dat alles onthouden hoeft te blijven. Het is het fundament waarop verder ontwikkeld kan worden. Maar voor een arts is het wel handig dat tijdens een patiëntenoverleg een arts in opleiding niet hoeft te Google-en wat het betekent dat een patiënt teleangiëctasieën heeft en welke behandeling het best passend is

 

Online proctoring zo gek nog niet
Bij het ontwikkelen van toetsen speelt constructive alignment (Biggs, 2003) een grote rol. Leeruitkomsten/leerdoelen, toetsing en onderwijs moeten congruent met elkaar zijn. De keuze voor een toetsvorm wordt vooral bepaald door de leerdoelen en de uitvoering van het onderwijs sluit daarop aan. Het is daardoor niet vanzelfsprekend en zeker niet eenvoudig om een toetsvorm even aan te passen. Zeker niet als het gaat om een vak met bijvoorbeeld 900 studenten. Ga er maar aan staan om bijvoorbeeld 900 essays te beoordelen of 900 mondelinge tentamens af te nemen. Nog afgezien of dat passende alternatieve toetsvormen zouden zijn.

 

Het is dus niet verwonderlijk dat veel opleidingen kiezen voor het gebruik van online proctoring als het gaat om gesloten vragen. Een passend toetsvorm-alternatief is vaak niet zomaar ontwikkeld. Dat proctoring nadelen heeft blijkt uit de vele artikelen die zijn verschenen en die ook terugkomen in het bijgevoegde artikel. Fraude bij online proctoring is niet uit te sluiten (zie de video van de TikTokker), privacy van de student blijft een aandachtspunt en doen alsof studenten niet zullen frauderen is enorm naïef.

 

Open-boek-tentamen ook vaak geen alternatief
Het is ook geen goed idee om van een toets met gesloten vragen een online examen te maken op basis van een open-boek. Hiervoor wordt wel eens gekozen als online proctoring niet mogelijk is. Naast verminderde examenangst en minder bij studenten leidt een open-boek-tentamen tot het leggen van minder nadruk op vragen gericht op het uit het geheugen ophalen van feitenkennis bij docenten en leidt het tot minder examenfraude bij studenten (De Raadt, 2012). Nagenoeg alle bronnen leggen bij een open-boek-tentamen de nadruk op het beoordelen van hogere orde, cognitief gerichte vaardigheden. Het inzetten van een open-boek-tentamenvorm is dan ook vaak een bewuste en doordachte keuze. Door van een tentamen met gesloten vragen ineens een online open-boek-tentamen te maken met dezelfde vragen, of soms zijn die omgezet naar open vragen, is het de vraag of de toetsvorm wel passend is. En wat betekenen de behaalde scores? Wat had de docent eigenlijk willen meten en wat heeft hij uiteindelijk gemeten? Dat de studenten goed iets kunnen opzoeken? Was dat ook een leerdoel?

 

Programmatisch toetsen wel een alternatief, maar niet van vandaag op morgen
Een goed alternatief kan worden gevonden in programmatisch toetsen, maar dat is een geheel andere vorm van onderwijs, didactiek en toetsing. Dit vergt enkele jaren om deze vorm van toetsing (onderwijs eigenlijk) te ontwikkelen en te integreren. Toetsen met gesloten vragen kunnen blijven dan bestaan en kunnen online en zonder proctoring worden aangeboden (let op; hier staat niet afgenomen) en de scores worden opgenomen in het portfolio van de student (let op; hier staat niet cijfer of gezakt/geslaagd). Er vinden vaak online feedbackmomenten plaats tussen student en zijn coach waarin ook leerresultaten worden besproken. De student wordt zelfverantwoordelijk voor zijn ontwikkeling en verschillende toets- en feedbackmomenten geven een beeld van de ontwikkeling die de student doormaakt. Dit vormt op enig moment de basis voor het toekennen van studiepunten. Door te spieken schiet de student zichzelf in de voet. Door de inzet van andere toetsvormen en de verschillende feedbackmomenten wordt toch wel inzicht verkregen in de ontwikkeling van de student en dat men hem gedeeld.

 

Online toetsen soms ook niet eens mogelijk
Onvermeld is nog dat voor praktische vakken online mogelijkheden voor beoordeling beperkt zijn. Als een kapster in opleiding niet in de praktijk mag kappen, of een student aan de hogere hotelschool of aan een koksopleiding geen stageplek kan vinden, is er echt wel een probleem.


Laten we doordacht blijven toetsen en het ons niet onmogelijk maken.

 

Dat een essay, vlog, opdracht of een online presentatie als alternatief wordt geboden voor een toets met gesloten vragen of dat toch online toetsen met gesloten vragen worden ingezet (zonder proctoring), is toetstechnisch niet altijd goed te verantwoorden. Maar als we zo’n toets zien in een groter geheel, samen met andere opdrachtvormen, en we stemmen onderbouwd te maken keuzes af met de examencommissie, dan weten we dat we niet optimaal bezig zijn, maar wel met elkaar het beste ervan maken. Ondertussen hebben we wel veel nagedacht over alternatieve mogelijkheden om te beoordelen. Daar hebben we later weer voordeel van.

 

Tot slot.
Op 14 december 2020 verscheen in het AD het bericht dat het CBR tot en met 19 januari 2020 120.000 theorie- en 60.000 praktijkexamens schrapt. In totaal gaan er ongeveer 190.000 toetsen en cursussen niet door tot en met 19 januari 2021! Deze moeten dus daarna ingehaald worden. Dit heeft een enorm effect op de afhandeling daarna. Want dan starten de rijscholen hun lessen ook weer op.

 

Tja, vele examenorganisaties kunnen niet kiezen voor een alternatieve toetsvorm. Laten binnen het onderwijs doen wat ze kan om een tsunami aan in te halen tentamens te voorkomen. Dit levert alleen maar leerachterstanden op en niemand zit te wachten op het schrappen van nog een keer de centrale examens voor het voortgezet onderwijs zoals in april/mei 2020 het geval was.

 

Met veel toetscreativiteit moet het onderwijs de coronatijd door zien te komen.

 

Docenten onder druk om cijfers schoolexamens op te hogen