Nieuws

Uit het archief

IJspegel:  
over optimale examencondities

EXAMENS - maart 2008 - NR 1

Achtergrond
Het is al weer jaren geleden dat de Elfstedentocht is gereden. Toch zijn er nog dagen in de winter waarop de winterkou erbarmelijk toeslaat. Ook tijdens dagen waarop kandidaten een examen afleggen, kan de temperatuur tot onder het vriespunt dalen. Op zichzelf hoeft dit nog niet tot groot ongemak te leiden. Gewoon een paar uur voor aanvang van het examen de kachel in de examenruimte wat extra opporren en de kandidaten kunnen bij kamertemperatuur hun kennis en inzicht tonen. Maar examens willen nog wel eens centraal worden afgenomen in grote zalen die voor de gelegenheid moeten worden afgehuurd.

De zaak
Een examenkandidaat aan de universiteit te W tekende beroep aan tegen de uitslag van een examen. Het examen werd afgenomen in een veilinghal terwijl het buiten vijf graden vroor. De hal was tijdens het examen niet verwarmd wat er toe leidde dat de kandidaat zich reeds na een half uur verdoofd voelde en zich niet meer kon concentreren. Hij raffelde het examen vervolgens snel af om naar warmere oorden te kunnen vertrekken. De uitslag van zijn examen was een ‘5’. De kandidaat was van mening dat door de omstandigheden het cijfer oneigenlijk laag was. Bovendien was hij ten opzichte van sommige medekandidaten extra benadeeld, omdat hij in de directe omgeving van de buitenmuur zat. De kou sloeg daar harder toe dan in het midden van de zaal. De kandidaat ging tegen de uitslag in beroep. Hij wenste de gelegenheid te krijgen het examen over te doen onder aangenamere condities.De aangevallen examencommissie, onder wiens verantwoordelijkheid het examen plaatsvond, verweerde zich als volgt. Op de eerste plaats lagen de geschetste examenomstandigheden buiten de directe invloedssfeer van de exameninstelling en op de tweede plaats waren er afspraken gemaakt met de verhuurder van de hal om er voor te zorgen dat de temperatuur ten minste achttien graden zou bedragen. ‘Als er een instantie moet worden aangeklaagd, dan is het de verhuurder’, aldus de verweerder. Bovendien, zo ging het verweer verder, hadden kandidaten van te voren de waarschuwing gekregen dat de temperatuur lager zou zijn dan ze thuis gewend waren, zodat aangepaste kledij gewenst was.

De uitspraak
Het Beroepscollege oordeelde het beroep van de kandidaat gegrond. De redeneertrant die het college hierbij hanteerde, was de volgende:

  • a. Op de exameninstelling rust de plicht een  onderzoek te verrichten naar de kennis, inzicht en vaardigheden van kandidaten.
  • b. Als de omstandigheden van invloed kunnen zijn op het onderzoek naar kennis etc., dan strekt de plicht zich ook uit tot de zorg voor deze omstandigheden.
  • c. De instelling kan, volgens het college, geen beroep doen op overmacht. Als er geen redelijke omstandigheden zijn te creëren is elk oordeel daaruit gevormd waardeloos. Met andere woorden: het examen mag dan niet plaatsvinden.
  • d. De exameninstelling heeft nagelaten een controle uit te (laten) voeren naar de omstandigheden en heeft daardoor het risico laten ontstaan dat bij sommige kandidaten het onderzoek naar hun kennis, inzicht en vaardigheden door niet-optimale omstandigheden is beïnvloed. Dit is verwijtbaar.

Het Beroepscollege droeg in haar uitspraak de examencommissie op de kandidaat de gelegenheid te bieden het examen over te doen.

Implicatie
Examens vinden plaats onder verantwoordelijkheid van exameninstellingen of examencommissies. Zij dienen te zorgen voor de goede orde tijdens de afname. Dit impliceert dat zij examens onder acceptabele condities moeten laten plaatsvinden. De vraag is uiteraard wat in dit geval onder acceptabele condities moet worden verstaan. Bekend is dat examencondities als tijdstip van afname, exameninstructie, geluid, temperatuur en licht van invloed zijn op de betrouwbaarheid van examenprestaties. Hoe meer de condities onbedoelde en ongerichte effecten hebben op de prestaties, hoe lager de betrouwbaarheid. De kans op het optreden van dit soort effecten is het kleinst wanneer de condities aansluiten op wat kandidaten doorgaans zijn gewend. Hier volgen enkele richtlijnen voor optimale examencondities.
 

Richtlijnen
Zorg voor een duidelijke exameninstructie; mocht er toch een fout in zijn geslopen, maak dit dan via bord of microfoon aan iedere deelnemer bekend. Geluidssignalen hebben een zeer hoge attentiewaarde. In een examensituatie betekent dit dat ieder geluid storend is. Echter geluidsproductie door hoesten, toiletbezoek, schuivende stoelen, vertrekkende kandidaten, lopende surveillanten etc. is onvermijdelijk. Daarom dient de examenzaal over voorzieningen te beschikken die geluiden absorberen. Temperaturen van beneden achttien graden gedurende langere tijd zijn uit den boze. De exameninstelling moet er voor zorgen dat de normale kamertemperatuur niet wordt overschreden, zowel naar boven als naar beneden. Ook met betrekking tot de lichtsterkte is de richtlijn niet verrassend: hanteer een lichtsterkte waaraan kandidaten in hun studiesituatie waarschijnlijk zijn gewend. Of anders: gebruik de richtlijnen die arbodiensten hanteren bij hun inspectie van werkplekken.

Dr. H.J.M. van Berkel is hoofdredacteur van het tijdschrift EXAMENS