Nieuws

Verantwoorden van de diplomabeslissing

Er is een trend waarneembaar waarbinnen het traditionele examen concurrentie krijgt van beoordelingen gedurende de gehele opleiding die een breder beeld geven wie de student is, wat hij kan en waar zijn talenten liggen. Niet alleen uit de kopij die de redactie krijgt wordt dit duidelijk, maar ook uit een aantal publicaties en gebeurtenissen. Na een inleiding wordt aandacht gegeven aan:

  • het zeer recente rapport (augustus 2020) ‘Anders verantwoorden van de diplomabeslissing in het mbo‘;
  • het boek ‘Programmatisch toetsen. Voorbeelden en ervaringen uit de praktijk’;
  • een artikel uit ‘de Ondernemer’ over de afschaffing van diploma’s.

 

Tot slot een korte verhandeling over badges waar in een van de volgende nummers van Examens een artikel over verschijnt.

 

Inleiding
Het mbo staat vooral bekend om het praktijkgerichte karakter waarmee aankomend beroepsbeoefenaren worden opgeleid. Het verkrijgen van vaardigheden met hoofd (economie/logistiek, rechten/administratief, sociaal/onderwijs, vormgeving/media) en hand (zorg/sport, dieren/planten, horeca/toerisme, bouw/techniek) staan centraal. Om vaardig te worden biedt alleen de school als locatie vaak te weinig mogelijkheden. Stages maken een wezenlijk onderdeel uit van vele opleidingen tot een startbekwame afgestudeerde student.

 

Door corona leveren juist praktijkgerichte opleidingen en stages momenteel problemen op. Waar binnen het hoger onderwijs (hbo en wo) vaker makkelijker online onderwijs kan worden gefaciliteerd is het binnen verschillende opleidingen in het mbo een uitdaging om studenten de benodigde vaardigheden bij te brengen. Maar ook een hbo-opleiding zoals fysiotherapie staat voor uitdagingen om studenten op een goede wijze op te leiden. Er wordt een appel gedaan op de didactische creativiteit van de school, opleidingen, teams en docenten. En hoe borgt een examencommissie dat wordt voldaan aan het (eind)niveau bij oplossingen die buiten de vaststaande kaders vallen, vaak bepaald door wetgeving, kwaliteitsstandaarden en inspectiekaders.

 

Afgelopen studiejaar 2019/2020 vielen de centrale examens binnen het voortgezet onderwijs (vo) uit. De schoolexamens werden de norm voor slagen of zakken. Gelukkig waren de meeste schoolexamens net op tijd afgenomen, voordat de scholen dicht gingen. De vraag is of momentopnames aan het einde van de rit nog wel van deze tijd zijn. Uit het artikel in het komende nummer van Examens (2020-4, november) over ‘Schooleffecten op SE en CE’  (SE = schoolexamen en CE = centraal examen) van Marieke van Onna, Anton Béguin, Remco Feskens en Paul van der Molen blijkt dat ‘… over het algemeen waarderen scholen leerlingen op het SE, gemiddeld over vakken heen, op grotendeels dezelfde wijze. Dit laten we zien aan de hand van een nieuwe berekeningswijze’. Kort door de bocht kan de vraag worden gesteld wat het CE dan nog toevoegt aan het SE. Scholen doen de beoordeling blijkbaar gemiddeld gezien best goed. Dit is geen pleidooi voor de afschaffing va het CE, één landelijk gelijke norm en referentie heeft voordelen en het SE gebruikt het CE als norm, maar het laat zien dat scholen ook heel goed zelf op een kwalitatieve wijze kunnen examineren. Ook zegt Cees Glas (psychometricus en emeritus Hoogleraar van de Universiteit Twente) in het interview dat de redactie met hem heeft gehouden op 23 september “Het systeem van centrale examens en objectieve toetsmomenten dat we in Nerdeland hebben is een groot goed. Vergeleken met andere landen hebben wij iets waardevols in handen, waar veel landen jaloers op zijn. Het is juist die onafhankelijke objectieve toetsing die bijdraagt aan eerlijke kansen voor alle leerlingen en die het onderwijs scherp houdt.  Het is mooi dat psychometrie daar ook een bijdrage aan kan leveren.” Het interview met hem verschijnt in het komende nummer van Examens (2020-4, november).

 

Binnen het mbo kan naar analogie van de centrale examens van het vo de vraag worden gesteld of de examens en PVB’s, geleverd door erkende examenleveranciers aan het einde van de opleiding wel nodig zijn? Kunnen mbo-instellingen niet zelf op basis van een examenmix gaan examineren, ook al tijdens stages en bij praktijkopdrachten? Dat hier bij examenleveranciers en binnen mbo-instellingen ten aanzien van didactische deskundigheid en toetsdeskundigheid wat moet gebeuren, is een belangrijk aandachtspunt. Constructive alignment, formatief evalueren en programmatisch toetsen zijn constructen die binnen het hbo steeds meer opgang doen. Gelet op het recente rapport (augustus 2020) ‘Anders verantwoorden van de diplomabeslissing in het mbo‘ lijkt ook dat binnen het mbo langzaam ruimte ontstaat voor een veranderende context richting een meer flexibelere diplomering.

 

Tot slot over badges
In een van de komende uitgaven van Examens verschijnt een artikel over ‘Badges of een papieren diploma? Badges zijn symbolen van iets dat aantoonbaar is bereikt of behaald door een persoon. Denk bijvoorbeeld aan de vele militaire emblemen die te behalen zijn. Je krijgt ze niet zomaar, maar op je baret, schouders, arm en borst kun je laten zien wie je bent. Door (edu)badges te verzamelen stapelt de persoon bewijs voor zijn kennis, kunde en/of talenten. Een badge kan dus ook een diploma zijn. Maar badges hoeven niet in een papieren vorm te verschijnen; denk aan het rijbewijs in de vorm van een creditcard maar dan wel met vele echtheidskenmerken omgeven zoals diploma’s nu meestal ook worden uitgegeven om fraude te voorkomen.

 

Waar het onder meer om gaat is dat badges veel sneller inzicht geven in iemands bekwaamheden. Het sluit aan bij wat Neutelings (zie een artikel hiervoor) betoogd als gestapelde badges over opleidingen heen, met de minor Ondernemerschap als badge binnen de bakkersopleiding. Het verschil met een normaal CV is (want dat is ook een verzameling gestapelde badges), is dat het iets beloond dat concreet haalbaar is, soms ook snel bereikbaar is en minder ver weg is dan een diploma, maar waar iemand ook trots op mag zijn en dat zichtbaar is voor anderen. Badges motiveren sneller dan een diploma om door te gaan, omdat een diploma meestal nog ver weg ligt. Denk hierbij ook aan de stempels of de plaatjes die kleuters krijgen; en dat in een fraai boekje. Er zit dus zeker een waarde achter de badges, maar die kan variëren van iets heel kleins tot iets heel groots.

 

Badges kunnen heel flexibel ingezet en bieden daardoor juist mogelijkheden voor aantoonbare bekwaamheden van klein tot groot.